Categorie: Blogs

  • Ik heb er spijt van! Of nee… toch niet?

    Ik heb er spijt van! Of nee… toch niet?

    Ken je dat moment waarop je jezelf onderschat?

    Dat je bij jezelf denkt, ik kan dit helemaal niet of dit durf ik nooit.

    Ik ken dat moment heel goed.

    Maar vandaag ontdekte ik iets nieuws.

    Het werkt ook andersom.

    Een paar dagen geleden zat ik in de kappersstoel en ik vertelde mezelf (en de kapper): ik ben toe aan iets nieuws.

    Dus ging ze enthousiast aan het werk met zowel de kwast als de schaar.

    Het resultaat? Een donkerbruine coupe met veel laagjes en lange faceframing plukjes.

    “Het is wel donker..”, hoor ik mezelf tegen de kapster zeggen meteeen nadat ze me vraagt hoe ik de kleur vind.

    Het is inderdaad een stuk donkerder dan ik in gedachten had, maar ik vind het wel mooi.

    Toch betrap ik mezelf erop dat ik de rest van de dag bij elke spiegel of reflectie tegen mezelf zeg: “Het is wel erg donker, maar met een paar wasbeurten is het vast minder.”

    Ik krijg de dagen erna veel complimenten en toch blijft het in mijn hoofd rondspoken.

    En nu ik mijn verhaal op (digitaal) papier aan het zetten ben, zie ik een leuk verband met mijn reis naar Korea.

    Ik wil graag verandering. Weg van het “normale” of het “bekende”, maar zodra ik het heb schreeuwt mijn zenuwstelsel om terug te gaan naar het oude.

    Met mijn reis duurde dat overigens maar een week en ik ben benieuwd of het met mijn haar sneller zal gaan, of langzamer.

    Hoe dan ook heeft mijn zenuwstelsel blijkbaar even tijd nodig om te wennen aan verandering. 

    Of ik het nou zelf graag wilde of niet.

    De moraal van dit verhaal is natuurlijk niet: doe geen nieuwe dingen want waarschijnlijk krijg je er spijt van!!

    Nee, het is slechts een humoristische observatie van een persoon die haar patroon tegenkomt.

    En net zoals mijn haar vanzelf weer lichter wordt en ik ook al vrij snel gewend was aan mijn nieuwe omgeving, zal ik vast weer een keuze maken waar ik achteraf even moeite mee zal hebben. 

    De belangrijkste vraag die ik mezelf te stellen heb is nog altijd: heb ik achteraf liever spijt van iets dat ik wel heb gedaan of spijt van iets dat ik niet heb gedaan? 

    ps. overigens zijn we nu een week verder en ben ik al aan het bedenken wanneer ik terug moet gaan naar de kapper in het geval de kleur niet lang blijft zitten haha.

  • Ademhalen in de chaos

    Ademhalen in de chaos

    Verandering kan groot of juist klein zijn.

    Het kan eng, spannend, leuk, chaotisch of vreselijk zijn. Maar welke emotie of betekenis we er ook aan koppelen, het blijft verandering.

    Als je mij had verteld dat ik op mijn dertigste mijn geliefde appartement zou inwisselen voor een kleine flat in een onbekend land, samen met zes vreemden, had ik je waarschijnlijk niet geloofd. 

    Een paar jaar geleden was ik misschien zelfs gillend weggerend (of in ieder geval flink in paniek geraakt).

    Het idee van een slaapkamer delen met een vreemde maakt me ongemakkelijk. Het delen van één wc met zes mensen voelt onvoorstelbaar en niet kunnen communiceren door een taalbarrière doet geen wonderen voor mijn zelfvertrouwen. 

    En toch zit ik hier. Niet alleen nu, maar ook nog de komende 4 maanden. 

    Ik zal niet verbloemen dat ik de eerste paar dagen flink wat aan mijn wereldmodel moest sleutelen. Hoewel ik weigerde om op te geven, voelde ik me ook niet bepaald op mijn gemak. 

    Leren navigeren in een nieuw land, een drukke stad en in een vol huishouden waar je met iedereen rekening wil houden en ook eigenlijk nooit alleen bent, is nogal wat voor een introvert zoals ik.

    Dan zijn er de drukke metro’s, waar je vaak tegen elkaar aan gedrukt moet staan, elkaars adem inademt, ruikt wat ze voor ontbijt hebben gegeten of zelfs wat ze de avond ervoor hebben gedronken. 

    De bussen waar je ongeveer een olympisch duikdiploma voor nodig hebt om er op tijd in en uit te komen, en waar een sterke core-training ook niet mag ontbreken als je jezelf overeind wil houden tijdens de rit. 

    En natuurlijk de drukke straten waar iedereen tegen elkaar aanloopt, straatverkopers naar je schreeuwen en je goed moet opletten om elkaar niet kwijt te raken of in een cult te belanden. 

    Maar dan is er ook…

    De rust en stilte in de metro’s en bussen, de nette rijen voor wc’s of kassa’s, het respect voor ouderen, het warme gastgezin, Koreaanse spelletjes leren, samen eten, mensen leren kennen, nieuwe vrienden maken, voor het eerst in een lange tijd de warme zon voelen en prachtige nieuwe plekken ontdekken.

    De eerste week voelde als schrikken, wennen en angst voor het onbekende.

    Daarna is het ademhalen, balans vinden en plezier halen uit de kleine dingen.

    Misschien is verandering vooral je evenwicht vinden, ook als alles om je heen blijft bewegen.

    Ik ben in ieder geval opgelucht dat ik mijn draai hier aan het vinden ben en ik heb zin om nog meer nieuwe dingen te leren en te mogen ontdekken!

  • Ik ga op reis en neem ook mee…

    Ik ga op reis en neem ook mee…

    Nog ongeveer twee maanden en dan is het zover: mijn vlucht naar Zuid-Korea. 

    Ik ben druk bezig met de aanvraag van mijn visum, het oefenen van wat standaardzinnetjes Koreaans én met bedenken wat ik in hemelsnaam in mijn koffer ga stoppen. (Help, hoe pak je in voor vijf maanden? Ik zit al over het toegestane aantal kilo’s als ik twee weken naar Italië ga!)

    Spannend. Het komt nu steeds dichterbij. 

    Toen ik anderhalf jaar geleden mijn reis boekte voelde ik me echt extatisch: blij, trots, onoverwinnelijk, enthousiast.

    Maar naarmate de vertrekdatum dichterbij kwam, merkte ik ook ineens andere gevoelens: spanning, onzekerheid, angst voor het onbekende… en natuurlijk kwam ook de grote vraag: ehm,waarom wil ik dit ook alweer doen?!

    En voordat ik het wist, schoot ik in mijn (welbekende) kop-in-het-zand-steken patroon. 

    Namelijk: niet meer aan denken, de negatieve gevoelens wegduwen en doen alsof het er niet is. Maar daarmee doofde ik ook mijn positieve gevoelens, zoals de blijdschap en het enthousiasme. 

    Ik heb inmiddels wat ervaring met persoonlijke ontwikkeling, dus ik mijn patroon vrij snel door.

    Maar ja… en dan? Iets doorhebben betekent nog niet dat het daarmee meteen is opgelost. 

    Toen kwam de keuze. 

    Vermijd ik het onderwerp en zie ik het wel als het zover is? Of ga ik mijn angst onder ogen zien en toegeven dat ik het eigenlijk ook heel spannend vind? 

    Ik had hoe dan ook een oordeel over mezelf, want hoe kon ik het nou ineens zo eng vinden nadat ik al die maanden had geroepen er zoveel zin in te hebben en dat ik niet kon wachten om te gaan.

    Na een paar weken dubben kon ik eigenlijk wel om mezelf lachen.

    Want waarom moet het per se leuk óf spannend zijn, waarom kan het niet allebei? 

    Natuurlijk heb ik onwijs veel zin in de reis én ik vind het ook enorm spannend om in mijn eentje voor vijf maanden naar de andere kant van de wereld te gaan. Mag het! 

    Dus de spanning is zeker nog aanwezig en ja ik schiet soms midden in de nacht wakker omdat ik denk: help, hoe ga ik ooit de juiste metrohalte vinden in Seoel?!

    Maar gelukkig voel ik ook weer mijn enthousiasme en dankbaarheid, omdat ik weet dat ik hoe dan ook een hele prachtige reis ga maken. 

    En hierdoor besef ik me weer hoe menselijk het is om ergens meteen een oordeel over te hebben, het gebeurde voordat ik er erg in had. Het betekent alleen niet dat ik ook naar dat oordeel hoef te luisteren!

    En een mooie bonus: ik heb mijn kop niet meer in het zand zitten!

    Waardoor ik in ieder geval weer een oud patroon anders heb weten te doen (voor nu dan).  

  • Een reis naar mijn leven.

    Een reis naar mijn leven.

    Wanneer ik mensen vertel dat ik 5 maanden naar Zuid-Korea ga, krijg ik doorgaans twee variaties aan reacties.

    De ‘Wat gaaf dat je dat gaat doen!’ reiziger die zelf een half jaar lang heeft rondgereisd in Azië of een ander exotisch werelddeel.

    Of de ‘Dapper hoor, maar zelf zou ik dat noóit doen’ scepticus, die vaak vervolgens vraagt of ik niet liever een maandje naar Spanje had willen gaan. 

    Van beide reacties kan ik genieten.

    Het laat zien dat er mensen zijn die snappen hoe gaaf het is om zo’n avontuur aan te gaan én dat er mensen zijn die veel liever thuisblijven.

    De reacties wakkeren mijn enthousiasme aan, stiekem zelfs de tweede reactie nog meer, want wie wil er nou doen wat iedereen doet?

    En deze twee kanten zitten eigenlijk ook in mijn eigen systeem. De avonturier in mij wil graag ontdekken, nieuwe culturen ervaren, een vreemde taal leren en het onbekende opzoeken. Maar de huismus in mij wil veel liever thuis blijven in mijn vertrouwde omgeving, waar ik precies weet waar ik aan toe ben en wat ik kan verwachten. 

    Daarom vind ik het leuk om aan beide kanten aandacht te geven.

    Al sinds mijn vijftiende roep ik dat ik in het buitenland stage wil lopen, daarna groeide dit in een wens om in het buitenland te studeren of zelfs te wonen. 

    Maar dromen is niet hetzelfde als leven. 

    Een stageplek was moeilijk te vinden, studeren was veel te duur en werken in het buitenland mag niet zomaar overal. Genoeg redenen om het niet te doen dus.

    En zo bleef ik jarenlang mijn verlangen uitstellen. 

    Pas op mijn achtentwintigste durfde ik weer te luisteren. Ik hoorde een vriendin van mij blij aankondigen dat zij had besloten om een paar maanden door Australië en Nieuw-Zeeland te reizen. Meteen waren enthousiasme en jaloezie tegen elkaar aan het opboksen in mijn hoofd. 

    Natuurlijk reageerde ik met enthousiasme, maar de jaloezie in mij vroeg zich meteen af: 

    Waarom zij wel en ik niet? 

    Gelukkig gebeurde dit tijdens een open frame van een opleiding voor persoonlijke ontwikkeling en had ik de tijd om mijn jaloezie te onderzoeken vanuit nieuwsgierigheid. 

    Diep van binnen wist ik natuurlijk heus wel dat ik niets liever wilde dan zelf een reis maken. Ik was alleen jaloers op haar lef om het ook daadwerkelijk te doen. 

    Ik had al die jaren de omstandigheden de schuld gegeven, waardoor ik nooit mijn eigen lef in twijfel had getrokken. De waarheid was: ik durfde het niet. 

    Die dag is er een vlammetje aangewakkerd in mijn onderbewuste. 

    Maar er waren genoeg redenen om niet naar dat vlammetje te luisteren. Want ik ben vast al te oud om nog te reizen. Hoe zit het dan met mijn woning? Met mijn baan? Mijn auto? Waar ga ik het geld vandaan halen? Waar wil dan heen? Hoe ga ik dit allemaal uitzoeken? 

    Al deze dingen zijn gegronde redenen om te kiezen voor de veilige weg, die ik zo goed ken. 

    Avontuur is niet praktisch en bovendien financieel onwijs onverstandig.

    Ik ben ook nog eens op de leeftijd waarop ik eigenlijk via Tinder een man moet ontmoeten die mij gemiddeld belooft te behandelen, waarna we samen ons spaargeld opmaken aan een huis; zo’n eengezinswoning in een idyllische nieuwbouw woonwijk met een kinderopvang en basisschool om de hoek.

    Maar tot mijn verbazing ging het vlammetje niet uit, het werd groter. 

    En de lijst met ‘waarom ik dit niet zou moeten doen’ werd langzaam ‘maar wat als ik het wél ga doen?’.   

    Precies één maand later boekte ik mijn reis naar Zuid-Korea.

    Vijf maanden lang studeren in een land waar ik nog nooit ben geweest en de taal niet spreek. Maar mijn geluk kon niet op. 

    Voor mij was de reis boeken een overwinning.

    Een ‘lekker puh’ voor de redenen die mij zo graag wilde tegenhouden. Een ‘zie je wel’ voor de versie van mij die zei dat ik het niet zou durven en eigenlijk ook gewoon een dikke middelvinger naar de angststoornis die mij een jaar lang op mijn kamer gevangen had gehouden. 

    Ben ik straks 30, zonder baan, auto en idyllisch huis? Ja. Ja dat klopt. En het kan me lekker niks schelen.

    Het leven is al moeilijk genoeg als we doen wat er van ons verwacht wordt, dus waarom zou ik mijn verlangens ook nog eens tekort doen? 

    En hoe ik het daar ga hebben? Ik hoop leuk! Ik ga er ook vanuit eigenlijk. Maar zelfs als het de kutste vijf maanden van mijn leven zouden zijn, ben ik nog steeds de gelukkigste persoon die ik ooit ben geweest. 

    Want ik heb geluisterd naar mijn diepste verlangens in plaats van mijn angsten. 

    En voor mij staat dat gelijk aan écht leven. 

  • Van angststoornis naar ruimte innemen

    Van angststoornis naar ruimte innemen

    Als kind was ik altijd erg goed in ruimte innemen. Ik was lid van een jeugdtheater, stond graag op het podium en sleurde mijn klasgenootjes maar al te graag mee in de nieuwste dansjes en toneelstukjes. 

    Zowel thuis als in de klas kon ik goed aangeven wat ik wilde, of hoe ik vond dat iets moest gaan. Ik voelde mij in deze situatie dan ook de aangewezen persoon om de leiding op mij te nemen, anderen vonden mij gewoon bazig. 

    Ik was misschien niet altijd luid en aanwezig, maar ik was een creatief kind en voelde me altijd vrij om mezelf te zijn. 

    Tijdens mijn middelbareschooltijd stootte ik snel mijn neus tegen deze vrijheid. Ik merkte dat mijn klasgenootjes mij helemaal niet zo leuk vonden als ik altijd was geweest. En zo stapte ik langzaam uit mijn unieke ik.  

    Daarna volgde een lange periode waarin ik mezelf probeerde te vormen tot het perfecte stukje klei dat zou passen in de mal van de populaire tiener.

    Spoiler alert: dat leverde me niks op, eigenlijk werkte het zelfs averechts.

    Op mijn 15e ontwikkelde ik een angststoornis, hierdoor durfde ik een jaar lang mijn slaapkamer nauwelijks uit te komen. Ik verloor in deze tijd contact met mijn ouders, mijn vrienden, ging niet meer naar school en had een rechtszaak tegen mij lopen wegens leerplicht verzuim.

    Ik voelde me in het nauw gedreven en kwam in een depressie terecht.  

    Dit jaar had ik besloten dat ik weer wilde leren om meer ruimte in te nemen. Tijdens een opleiding voor persoonlijke ontwikkeling kwam ik erachter dat ik eigenlijk niet eens wist wat ruimte innemen precies betekent: een mooi doel voor mijn modelleeropdracht.

    Ik had bedacht dat ruimte innemen gelijk staat aan groots zijn, zowel alleen als met anderen achter mijn eigen keuzes durven te staan, mezelf laten horen in groepen en aanwezig op de voorgrond staan. 

    Toen ik me eenmaal bewust was van deze betekenis, kon ik het gelijk gaan toepassen, toch?

    Nou niet helemaal. Ik ergerde me constant tijdens de opleiding aan het feit dat ik op de achtergrond bleef verdwijnen, dat ik niet de spotlight pakte waarvan ik wist dat het gelijk stond aan ruimte innemen en aan mijn doel.

    Dit maakte mij nieuwsgierig. Ik wilde weten hoe andere mensen dat doen, dus ben ik twee mensen gaan modelleren waarvan ik vind dat zij dat goed doen. Een persoon die als het ware met de ruimte-deur in huis komt vallen en de andere die nooit het hardste roept maar wel altijd helemaal aanwezig is qua energie.

    Na deze gesprekken kwam ik er achter dat ruimte innemen eigenlijk op veel verschillende manieren kan. Het gaat er niet altijd om dat je luid en aanwezig bent. Ruimte innemen kan ook betekenen: bij jezelf blijven, ruimte delen met een ander, jezelf even uit een situatie verwijderen of juist erin zetten.

    Kortom ruimte innemen heeft niet één betekenis. 

    Ik heb in ieder geval geleerd dat ruimte innemen voor mij betekent dat ik er evenveel mag zijn als een ander, en de ander ook evenveel mag zijn als ik. Hoewel ik nog steeds graag iets meer van mezelf zou willen laten horen, kan ik nu ook bewust kiezen om dat niet te doen.

    Ik ben me er in ieder geval meer bewust van hoe ik mijn doel kan bereiken, en wat een tof doel om naartoe te werken, want het gaat helemaal over mij!

  • Ik ben niet perfect in perfect zijn.

    Ik ben niet perfect in perfect zijn.

    Ik zal niet ontkennen dat ik een typische zelfuitgeroepen (en overigens door mijn werkgever bevestigde) perfectionist ben. 

    Als ik iets doe wil ik dat zo goed mogelijk, nee eigenlijk gewoon perfect doen. 

    In mijn werkleven heb ik dat ondertussen redelijk in de gaten. De zin “en het hoeft niet perfect!” wordt standaard achter mijn to do’s geplakt door mijn collega’s en daarna wordt hij nog zo’n drie keer herhaald. 

    Maar waar ik het niet zo goed wist te ontdekken, was in mijn dagelijks leven. 

    Ik woon op mezelf in een prachtig appartementje, heb geweldige vrienden, lieve ouders, eet gezond én heb zelfs een abonnement op een sportschool waar ik daadwerkelijk naartoe ga. 

    Als ik het zo benoem, klinkt dat aardig dicht bij perfect. 

    Maar hoe kan het dat ik elke dag thuis kom alsof ik ongetraind een marathon heb gelopen? Waarom word ik elke nacht wakker met een paniekaanval uit een droom die ik me niet eens kan herinneren? En waarom voelen kleine dagelijkse dingen, zoals eten koken of stofzuigen, ineens als onmogelijke taken. 

    Het allerliefste zit ik de hele dag binnen, veilig op mijn bank onder een dekentje. Want daar ben ik alleen en daar verwacht niemand iets van me. Behalve dan ikzelf. 

    En ineens had ik het door.

    Ik push mezelf niet alleen constant om perfect te zijn op werk, maar ook om perfect te zijn in vriendschappen, perfect te zijn als dochter, als huurder, in mijn hobby’s, qua uiterlijk, in mezelf ontwikkelen, perfect zijn in perfect zijn… 

    De dingen die mij zouden moeten opladen zijn uitdagingen geworden waar ik in moet uitblinken en verplichtingen voelen verstikkend en benauwend.

    Maar wat nu? Doorzetten? Loslaten? Een enkeltje boeken naar een onbewoond eiland?   

    Helaas, de tickets waren uitverkocht dus ik heb maar besloten om mijn patronen aan te kijken, nu ik ze toch door had. 

    Ik ben gaan oefenen met gas terug te nemen. Niet in één keer op de rem trappen en in volle paniek de vluchtstrook op, maar ook niet meer met 120 op de linkerbaan blijven doorgaan. 

    Zo ben ik avonden gaan inplannen waarop ik helemaal niks doe en die wissel ik af met sporten of afspreken met vrienden. Op werk ben ik mijn grenzen meer gaan aangeven, ondanks het kritische stemmetje in mijn hoofd dat mij zegt dat ik aan het falen ben. 

    Maar juist door een stapje terug te doen, merk ik dat ik weer meer energie en motivatie krijg. 

    Heb ik mijn perfectionisme opgelost? Absoluut niet, dit blog heb ik ook wel 100 keer geredigeerd. Maar ik weet wel dat ik met minder hard doorzetten eigenlijk veel meer bereik. Misschien doe ik er iets langer over om ergens te komen, maar ik kom wel heelhuids aan op mijn bestemming. 

  • Midden in de spotlight.

    Midden in de spotlight.

    Midden in de spotlight staan. Je moet er van houden denk ik dan altijd.

    Ik laat het aanbod altijd graag aan mij voorbij gaan. Laat een ander maar het middelpunt zijn, die zal het vast liever willen.

    Toch vroeg ik mezelf laatst af, waarom laat ik anderen altijd op de voorgrond treden? Of misschien nog wel meer, waarom laat ik mezelf altijd op de achtergrond verdwijnen?

    Voor wat meer context, eind vorig jaar heb ik besloten dat ik meer ruimte in wil nemen en heb ik mezelf opgegeven voor een lokale zangwedstrijd. Iets waar ik overigens meteen na het inschrijven enorme spijt van had. Alleen al het idee dat ik mezelf zou moeten laten zien en mijn kunnen zou moeten bewijzen gaf mij onwijze buikpijn.

    Na een aantal slapeloze nachten besloot ik om toch niet “toevallig” ziek te zijn tijdens de dag van de auditie. Ik herhaalde tegen mezelf, ik doe mee voor de ervaring en omdat ik buiten mijn comfortzone wil treden, niet omdat ik iets perfects wil neerzetten of wil winnen. 

    Hoe dan ook, mijn auditie kwam ik (met knikkende knieën) door en zo was het een paar weken later tijd voor de eerste live ronde.

    Vanaf de zijkant keek ik naar het enorme podium, de spotlight die bijna mijn ogen leek te verblinden en naar die ene lege plek in het midden. Echt alles in mij wilde zich weer omkeren, me erbij neerleggen dat dit niks voor mij is en lekker veilig plaatsnemen achter in het publiek.          

    Maar toen moest ik terugdenken aan het gesprek dat ik een paar dagen daarvoor met mijn collega Renée had, waardoor ik me ineens weer kon verbinden met mijn doel en met wie ik ben.

    Zingen betekent voor mij namelijk echtheid, ervaren, een verhaal vertellen en mensen raken, voor mij is het iets puurs. 

    Dus ik haalde een paar keer diep adem en vertelde mezelf opnieuw dat ik hier niet stond om een nummer perfect te zingen, maar om een verhaal te vertellen aan het publiek. 

    En toen stapte ik het podium op. Tijdens het hele nummer was de zaal muisstil en ondanks mijn trillende benen en hoge hartslag, heb ik mijn verhaal kunnen vertellen vanuit emotie. 

    Het verraste me weer hoe fijn het is om één te zijn met wat belangrijk voor mij is, wie ik ben en hoe ik dat dan doe. En niet alleen fijn, maar ook hoe krachtig het is om die alignment te voelen. 

    Dus ik heb het besluit genomen om vaker bij mijzelf na te gaan wat écht belangrijk is voor mij en nieuwsgierig te zijn naar de sturing hierachter. 

  • Help! Ik voel me schuldig dat ik me zo vaak schuldig voel.

    Help! Ik voel me schuldig dat ik me zo vaak schuldig voel.

    Ken je dat moment dat iemand op straat tegen jou aanloopt en dat je al sorry hebt gezegd voordat je het überhaupt door hebt? Of dat je in een stille ruimte ineens heel luid een blikje opent en van binnen in elkaar krimpt bij het idee dat het anderen stoort? 

    Ik kan me voorstellen dat heel veel mensen daar totaal niet over nadenken. Maar ik ben niet anders gewend. 

    Bijvoorbeeld toen ik laatst een etentje af moest zeggen omdat ik verkouden was en ik me vervolgens de hele dag schuldig voelde en niet goed kon uitrusten. Of toen ik op mijn werk in de keuken een boterham stond te smeren en dus een collega even geen koffie kon zetten. 

    In beide gevallen is het woord ‘sorry’ mijn mond al uit voordat ik het doorheb, en waarschijnlijk ook nog eens in viervoud. 

    Pas toen anderen me er op wezen, besefte ik me hoe diepgeworteld dit ‘sorry-zeggen’ in mijn systeem zit. Niet alleen in wat ik doe, maar ook in wie ik denk dat ik moet zijn.

    “Waarom voel jij je altijd zo snel schuldig?” 

    Die vraag raakte mij.

    Want ik werd meteen teruggebracht naar mijn middelbare schooltijd, waar ik door mijn angststoornis niet naar school durfde en waar thuisblijven voelde als falen, maar naar school gaan als verdrinken.

    Die periode heeft me, zonder dat ik het toen doorhad, geleerd dat ik niet mocht kiezen voor mezelf zonder daar een prijs voor te betalen. 

    Dat mijn grenzen op dat moment vooral maar lastig waren voor anderen. En dus leerde ik: aanpassen is veiliger dan voelen.

    Ik zal niet beweren dat alles op dat moment is ontstaan, want er zitten ook nog wel wat systemische patronen uit mijn familie van herkomst, maar het heeft zeker meegespeeld.

    Ook nu nog betrap ik mezelf erop dat ik soms mijn behoeftes nog op de tweede plaats zet. Dat ik dingen zeg als ‘maakt mij niet uit’ terwijl het me eigenlijk wél uitmaakt. Of dat ik wél voor mezelf kies, maar vervolgens alsnog de hele dag met een schuldgevoel rondloop. 

    Maar ik begin wel langzaam te leren dat mijn grenzen aangeven niet egoïstisch is, en dat sorry zeggen niet altijd nodig is om geliefd te blijven. Soms helpt het al om het schuldgevoel gewoon op te merken, zonder er meteen iets mee te hoeven doen.

    Alleen maar even voelen: dit is oud, dit is niet van nu. 

  • Zelfcompassie, ja leuk, maar hoe dan?

    Zelfcompassie, ja leuk, maar hoe dan?

    Vanochtend kwam ik een quote tegen tegen op mijn Instagram:

    “Wees gewoon lief tegen jezelf!”

    En hoewel ik het eens was met de boodschap, voelde ik toch weerstand in mij naar boven komen. 

    Natuurlijk vind ik het belangrijk om liefdevol en met compassie naar mezelf te kijken, maar waarom is dat zo vanzelfsprekend?

    Ik heb er jarenlang over gedaan om een beetje meer zachtheid naar mezelf toe te krijgen. En nog steeds zijn er dagen waarop het zeurende stemmetje in mijn hoofd mij al aan het afkraken is voordat ik er erg in heb.

    Een tijdje terug had ik een goed gesprek met een vriendin. Tijdens dit gesprek kwamen we erachter dat zij tegen blokkades aanloopt in haar leven, omdat ze altijd een hoge druk voelt om alles maar goed te doen.

    Dit had ze meegekregen vanuit haar opvoeding, maar ondertussen was ze zelf haar grootste criticus geworden.

    Ik gaf haar de tip om met meer zachtheid naar zichzelf te kijken en dat strenge stemmetje af en toe te vervangen met een liefdevolle stem. 

    Een paar weken later sprak ik haar weer en ik was natuurlijk nieuwsgierig hoe het met haar ging nu ik haar “de ultieme oplossing” had kunnen aanbieden.

    Maar ze gaf eerlijk toe: “ik heb echt geen idee hoe ik liefdevol met mezelf om moet gaan, hoe doe jij dat?”

    En toen besefte ik me dat het bij mij ook niet van de ene op de andere dag was gebeurd. Dat ik niet “gewoon even lief tegen mezelf” kon zijn, alsof het een soort knopje is dat je om kan zetten.

    Ik heb hierin langzaam, maar zeker veel stappen gezet door bezig te zijn met persoonlijke ontwikkeling. Ik merk ondertussen meer ontspanning, zachtheid en liefde naar mezelf en ook dit gaat uiteraard gewoon nog met ups en downs!

    Hoe fijn is het dan om te beseffen dat ook het leren van zelfliefde of zelfcompassie een leerproces is?

    En net als met ieder leerproces zijn er pieken en dalen met momenten waarop je misschien denkt: “Hè? Ik was er toch al?”. 

    Ook ik heb nog een weg te gaan, maar ik voel me wel erg dankbaar dat ik zoveel fijner in m’n vel zit dan een tijdje terug.

    Misschien voel jij ook wel dat het tijd is om een stapje dichterbij zelfliefde en zelfcompassie te komen. Of misschien ben je al verder dan ik, maar kan je wel weer even een opfrisbeurt gebruiken.

    Weet dan in ieder geval dat elke stap in de goede richting een stapje dichterbij is!

  • Verdoven of opladen?

    Verdoven of opladen?

    Scrollen door al die grappige filmpjes op Facebook en Instagram is leuk, totdat je ineens drie uur verder bent en de afwas nog niet gedaan is, die ongeopende rekening op je wacht, en je nog moet reageren op tientallen appjes. 

    Laatst had ik het met een collega over het inzetten van hulpbronnen. Tijdens dit gesprek besefte ik weer eens dat er een verschil is tussen échte hulpbronnen en sjoemelhulpbronnen. 

    Nu vraag je je misschien af, wat zijn dan sjoemelhulpbronnen? Of misschien heb je überhaupt geen idee wat ik bedoel met hulpbronnen. Ik zal je een voorbeeld geven.

    De afgelopen weken zat ik in een vrij stressvolle periode. Ik zat met hoge rekeningen en ik kreeg last van een vermoedelijke nekhernia, maar ik wilde wel mijn werk goed blijven doen. De druk en de nekpijn die ik de hele dag door voelde zorgde ervoor dat ik afleiding ging zoeken. En dan heb ik het over afleiding in de vorm van Instagram reels of bijvoorbeeld hele series bingewatchen in een paar dagen. 

    Door deze afleiding hoefde ik niet bezig te zijn met mijn eigen realiteit, een heerlijke quick fix. Maar ondanks dat ik me niet bezig hoefde te houden met mijn problemen, loste ik ze dus ook niet op. Mijn welbekende ‘kop in het zand steken’-patroon…

    En hoewel ik me ondertussen zeer bewust ben van dit patroon, duurde het toch minimaal twee weken voordat ik doorhad wat ik aan het doen was.

    Nu wist ik wat mij te doen stond: stoppen met vermijden en de realiteit facen. Ja, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want waarom zou ik me bezig houden met de pijnlijke dingen in mijn leven, als ik me ook goed kan voelen door me in te leven in de situatie van anderen (in dit geval in de rijke, modieuze en gelukkige hoofdpersonen van mijn series). 

    Het eindeloze scrollen door video’s en het bingewatchen van de series waren dus mijn sjoemelhulpbronnen. Ja, ik voelde me op dat moment even verdoofd, maar het eindresultaat was dat ik nog even moe en rusteloos was als ervoor. Ik voelde bijna letterlijk het “leven” aan mij voorbij gaan. 

    Échte hulpbronnen helpen je naar een betere stemming te brengen en zorgen voor energie, zodat je je eigen batterij weer een beetje kunt opladen. 

    Zo haal ík energie uit een leuk gesprek met een vriendin, het maken van muziek, een meditatie momentje voor mezelf en ook uit het schrijven van blogs of verhalen. Je hulpbronnen zijn super persoonlijk en uniek voor jou.

    Nu wil ik natuurlijk niet zeggen dat een serie bingewatchen in het weekend niet een heerlijke hulpbron kan zijn, want soms is dat precies wat ik nodig heb om weer even op te laden. Maar ik weet voor mezelf wel het verschil tussen leuk een serie kijken of mijn eigen realiteit ontsnappen door mezelf te verliezen in verhalen.

    Dit is voor mij in ieder geval weer een goede reminder om vaker de dingen te doen waar ik energie uit haal.

    Ik ben mijn ochtend in ieder geval begonnen met een fijne meditatie en ik ga vanavond gezellig met een vriendin naar de bioscoop. En ik kan zeggen dat ik me oprecht nu al fijner voel door mijn échte hulpbronnen in te schakelen.