Wanneer ik mensen vertel dat ik 5 maanden naar Zuid-Korea ga, krijg ik doorgaans twee variaties aan reacties.
De ‘Wat gaaf dat je dat gaat doen!’ reiziger die zelf een half jaar lang heeft rondgereisd in Azië of een ander exotisch werelddeel.
Of de ‘Dapper hoor, maar zelf zou ik dat noóit doen’ scepticus, die vaak vervolgens vraagt of ik niet liever een maandje naar Spanje had willen gaan.
Van beide reacties kan ik genieten.
Het laat zien dat er mensen zijn die snappen hoe gaaf het is om zo’n avontuur aan te gaan én dat er mensen zijn die veel liever thuisblijven.
De reacties wakkeren mijn enthousiasme aan, stiekem zelfs de tweede reactie nog meer, want wie wil er nou doen wat iedereen doet?
En deze twee kanten zitten eigenlijk ook in mijn eigen systeem. De avonturier in mij wil graag ontdekken, nieuwe culturen ervaren, een vreemde taal leren en het onbekende opzoeken. Maar de huismus in mij wil veel liever thuis blijven in mijn vertrouwde omgeving, waar ik precies weet waar ik aan toe ben en wat ik kan verwachten.
Daarom vind ik het leuk om aan beide kanten aandacht te geven.
Al sinds mijn vijftiende roep ik dat ik in het buitenland stage wil lopen, daarna groeide dit in een wens om in het buitenland te studeren of zelfs te wonen.
Maar dromen is niet hetzelfde als leven.
Een stageplek was moeilijk te vinden, studeren was veel te duur en werken in het buitenland mag niet zomaar overal. Genoeg redenen om het niet te doen dus.
En zo bleef ik jarenlang mijn verlangen uitstellen.
Pas op mijn achtentwintigste durfde ik weer te luisteren. Ik hoorde een vriendin van mij blij aankondigen dat zij had besloten om een paar maanden door Australië en Nieuw-Zeeland te reizen. Meteen waren enthousiasme en jaloezie tegen elkaar aan het opboksen in mijn hoofd.
Natuurlijk reageerde ik met enthousiasme, maar de jaloezie in mij vroeg zich meteen af:
Waarom zij wel en ik niet?
Gelukkig gebeurde dit tijdens een open frame van een opleiding voor persoonlijke ontwikkeling en had ik de tijd om mijn jaloezie te onderzoeken vanuit nieuwsgierigheid.
Diep van binnen wist ik natuurlijk heus wel dat ik niets liever wilde dan zelf een reis maken. Ik was alleen jaloers op haar lef om het ook daadwerkelijk te doen.
Ik had al die jaren de omstandigheden de schuld gegeven, waardoor ik nooit mijn eigen lef in twijfel had getrokken. De waarheid was: ik durfde het niet.
Die dag is er een vlammetje aangewakkerd in mijn onderbewuste.
Maar er waren genoeg redenen om niet naar dat vlammetje te luisteren. Want ik ben vast al te oud om nog te reizen. Hoe zit het dan met mijn woning? Met mijn baan? Mijn auto? Waar ga ik het geld vandaan halen? Waar wil dan heen? Hoe ga ik dit allemaal uitzoeken?
Al deze dingen zijn gegronde redenen om te kiezen voor de veilige weg, die ik zo goed ken.
Avontuur is niet praktisch en bovendien financieel onwijs onverstandig.
Ik ben ook nog eens op de leeftijd waarop ik eigenlijk via Tinder een man moet ontmoeten die mij gemiddeld belooft te behandelen, waarna we samen ons spaargeld opmaken aan een huis; zo’n eengezinswoning in een idyllische nieuwbouw woonwijk met een kinderopvang en basisschool om de hoek.
Maar tot mijn verbazing ging het vlammetje niet uit, het werd groter.
En de lijst met ‘waarom ik dit niet zou moeten doen’ werd langzaam ‘maar wat als ik het wél ga doen?’.
Precies één maand later boekte ik mijn reis naar Zuid-Korea.
Vijf maanden lang studeren in een land waar ik nog nooit ben geweest en de taal niet spreek. Maar mijn geluk kon niet op.
Voor mij was de reis boeken een overwinning.
Een ‘lekker puh’ voor de redenen die mij zo graag wilde tegenhouden. Een ‘zie je wel’ voor de versie van mij die zei dat ik het niet zou durven en eigenlijk ook gewoon een dikke middelvinger naar de angststoornis die mij een jaar lang op mijn kamer gevangen had gehouden.
Ben ik straks 30, zonder baan, auto en idyllisch huis? Ja. Ja dat klopt. En het kan me lekker niks schelen.
Het leven is al moeilijk genoeg als we doen wat er van ons verwacht wordt, dus waarom zou ik mijn verlangens ook nog eens tekort doen?
En hoe ik het daar ga hebben? Ik hoop leuk! Ik ga er ook vanuit eigenlijk. Maar zelfs als het de kutste vijf maanden van mijn leven zouden zijn, ben ik nog steeds de gelukkigste persoon die ik ooit ben geweest.
Want ik heb geluisterd naar mijn diepste verlangens in plaats van mijn angsten.
En voor mij staat dat gelijk aan écht leven.